‘De dieren in mij van Delphine Lecompte sluit, als we de achterflap mogen geloven, openlijk aan bij poëzie die zich verhoudt tot muziek,’ aldus de jury over de bundel die zij bekroonde met de C. Buddingh’-prijs 2010. ‘Haar gedichten lijken inderdaad op popteksten, door zowel hun vaak tragisch-hilarische anekdotiek als hun over de hele bundel vrij regelmatig blijvende lengte. Ze zijn ook sterk melodisch en ritmisch opgebouwd en men wil ze vertolken, niet omdat ze zich steeds opnieuw poëtisch openen, maar om greep te krijgen op al het bizarre dat zich ontrolt.’
Stimulans
De C. Buddingh'-prijs voor nieuwe Nederlandstalige poëzie, ter waarde van 1.200 euro, wordt jaarlijks toegekend aan het beste poëziedebuut dat is verschenen tussen 28 februari van het voorafgaande jaar en 1 maart van het huidige jaar. De prijs is bedoeld als stimulans voor beginnende dichters en biedt hen gelegenheid meer aandacht te genereren voor hun werk. De jury (literatuurwetenschapper Frans Willem Korsten, dichter Marc Kregting en vertaalster Mariolein Sabarte Belacortu) nomineerde naast de bekroonde bundel van Uitgeverij Contrabas ook Sterk zeil van Gert de Jager (eveneens Uitgeverij Contrabas), Hechtzwaluwen van Elmar Kuiper (Augustus) en Antidata van Nina Werkman (Holland). De prijs werd gisteravond uitgereikt tijdens een speciaal programma op Poetry International.
Meer dan rituelen
De in 1978 geboren Brugse winnares typeert haar gedichten zelf als ‘grotesk, magisch, misnoegd, misantropisch, psychotisch, onheilspellend, wrang. Een poging om mijn angsten te bezweren, meer te zijn dan mijn rituelen. Mijn poëzie is mijn grootste kracht en mijn achillespees, het is wat mij menselijk en bijzonder maakt. Tegelijk verwerpelijk en puur. Nooit spaarzaam, vaak overbodig. Hocus pocus: magie en bijgeloof.'
Tekst: Jef van Gool / Literatuurplein